Over familie die als een tuin is.

De feestdagen naderen met rasse schreden en ook al heb ik best wel zin om de lichtjes omhoog te hangen (who am I kidding, er hangen er natuurlijk al voor het raam en in de struiken…) er hangt toch zo’n dreigend sfeertje omheen. We weten dat kerst niet zal zijn wat het gewoonlijk is, dat we zullen moeten beperken. Ik ben daar best tevreden mee, want al vind ik het nog zo gezellig, dat hele ‘moeten’ daarrond, daar word ik wel eens moe van.

Bovendien draagt het samenkomen in familie met kerst sinds vorig jaar een nogal beladen herinnering met zich mee voor mij, wat maakt dat ik me een beetje ongemakkelijk voel en stiekem ook wel dankbaar ben dat het dit jaar sowieso raar zal zijn – en dat we het dan op de maatregelen kunnen steken. Het zal wat tijd nodig hebben en die is er nu plots, want allemaal samen tegelijk is toch niet haalbaar.

Toch knaagt er nog iets. Een beetje een schuldgevoel. Want ik heb me deze hele lockdown toch wel érg comfortabel gevoeld in mijn eigen bubbeltje, ver van alles behalve van mijn gezin. Natuurlijk deed ik ook wel mijn best om wat van me te laten horen, maar wellicht had het wat meer gekund. Maar, zoals zo vaak, drukt literatuur je soms onverwacht met je neus op de feiten.

“Een familie is zoals een tuin, als je er niet af en toe komt, dan verwildert die, of sterft van verlating”

Niet dat mijn familie op sterven na dood is, helemaal niet. De banden zijn sterk en worden geregeld aangehaald. Maar ik merk wel dat hoe minder ik mentaal investeer om die letterlijke afstand te overbruggen, hoe groter de afstand figuurlijk ook wordt. En dat heb ik dan alleen maar aan mezelf te danken.

Vorige week belde mijn zus. Gewoon, zomaar. Omdat ze wist dat ik thuis was. Omdat zij ook thuis was. Om bij te kletsen. Ik was blij dat ze belde en we hadden elkaar een heleboel te vertellen. Toch was zij het weer die mij moest bellen. Ik bedenk dat altijd, maar laat het dan weer liggen. Ze drong erop aan om, als het weer het toeliet, in de kerstvakantie af te spreken om ergens te gaan wandelen. Omdat ze me wou zien. Omdat ze er weer af en toe op uit wil met de kinderen. En door dat zo uit te spreken, boekte ze een plekje in. Ze kent me goed genoeg om te weten dat als ze dat niet doet, dat het weer bij vage plannen blijft. Ik ben moeilijk uit mijn kot te krijgen.

Ik dicht mezelf vaak en graag empathie toe. Tot ik plots, als ik eerlijk ben, besef dat mijn empathie te vaak dode letter blijft. Ik voel me zelden of nooit echt eenzaam. Ik kan heel goed alleen zijn. Eenzaamheid ervaar ik vaker in een grote groep, overspoeld door gebeurtenissen en sociale interacties. Zelden of nooit in mijn zetel, in mijn huis, met mijn kinderen onder handbereik (of op school, of bij een vriendje). Mijn wereld hoeft fysiek niet zo groot te zijn, ook niet sociaal. Daardoor besef ik te weinig hoe eenzaam anderen zich kunnen voelen. Mijn zus is een echt mensenmens. Die geniet ook wel van momentjes voor zichzelf, maar put toch vooral energie en hoop uit contacten met anderen. Ik weet dat. Ik erken dat. En toch handel ik er niet naar.

Tijd om m’y foutre les pieds. Iemand leuke tips voor niet te grote wandelingen (kindjes mee tussen vier en acht jaar, geen fervente wandelaars), waar er onderweg ook nog wat te zien/te beleven valt?

Over in de rij staan en in het nu leven.

Net voor de (verlengde) herfstvakantie begon en het duidelijk werd dat onze bewegingen weer wat ingeperkt zouden worden, doken ze weer overal op: de beelden van mensen die in lange rijen aan stonden te schuiven voor pakweg de Ikea. Voor wie zelf niet in die rij stond, was het de perfecte gelegenheid om meewarig het hoofd te schudden. Wat dachten die mensen nou?

Voor alle duidelijkheid: ik stond niet in die rij. De volgende dag overigens had mijn man een kleine gelijkaardige ervaring toen hij aan zee ontdekte dat hij zijn ondergoed was vergeten – en dus naar de enige kleerwinkel in het dorpje tussen de last minute shoppers moest staan aanschuiven aan de kassa. Het was dat, of online bestellen en laten leveren, of een week met dezelfde onderbroek. Hij baalde wel, want de laatste plek waar hij had willen zijn, was in zo’n rij waarover meewarig het hoofd wordt geschud. Ik heb hem er dan ook nadrukkelijk mee uitgelachen. En ja, dat heb je goed gelezen: aan zee. We hadden de mogelijkheid om op te splitsen zodat zijn thuiswerk toch iéts productiever zou zijn dan thuis met twee kinderen-in-vakantie om hem heen. Wij gingen gewoon het weekend nadien even op bezoek.

Los van welk oordeel dan ook, kwam ik in het boek dat ik gisteravond eindelijk uitlas, een zinnetje tegen dat me die rijen toch wat anders deed bekijken.

Uit: Zwarte Kunst – tweede boek: Koningin in ballingschap, Cinda Williams Chima

Als morgen de winkel sluit, dan moeten we er nu nog van profiteren. Als vanavond onze laatste avond samen is, dan moeten we er werkelijk alles uithalen wat erin zit. Morgen kunnen we gisteren niet meer vasthouden. Dit moment komt nooit meer terug en we zijn niet zeker dat wat er nu is, er morgen ook nog zal zijn.

Ik vind het een moeilijke. Aan de ene kant lijkt het me een heel angstige manier om in het leven te staan, ook al klinkt ‘leven in het nu’ prachtig. Aan de andere kant is het zo normaal, zo menselijk. We hamsteren met z’n allen toiletpapier. Maar ook: we proberen nog zoveel mogelijk prachtige momenten samen te beleven wanneer we weten dat het afscheid nadert. Want dat onze handen misschien leeg zullen zijn, dat is even slikken en weer doorgaan. Gaten in ons hart, die kunnen we niet vullen. Alleen de randjes wat minder scherp maken, met herinneringen die we hebben verzameld, zoals eekhoorntjes dat doen met beukennootjes voor de winter.

Toen we gisteren naar huis reden en onderweg bij mijn ouders stopten – voor een garagepoortbezoekje na hen meer dan vier maanden niet gezien te hebben, beving me de gedachte dat dit wel een mager beukennootje was. Ik moet niet de enige geweest zijn. Na een halfuurtje praten, wuifden we flink gedag, zoals het hoort. Alleen de jongste, die rende de oprit terug af om de benen van mijn ouders te knuffelen.

Ik had het hart niet om haar terug te roepen.

Waarin ik ontdek dat ‘wat als’ boeken een genre zijn en dat dat zelfs een naam heeft.

Sinds begin september begeef ik mij naar school op een batterij-ondersteund stalen ros. Zo goed als elke dag eigenlijk. Het heeft ’s ochtends nog nooit hard genoeg gegoten om me van dat plan af te doen zien. (Laten we hier maar hout vasthouden). Met een paar reserveschoenen en een prima regenpak kom je een heel eind. Ah, en een ouderwetse spuuglelijke pet met grote klep, die je onder de kap verstopt. Regen in je ogen is gewoon stom. De hoeveelheid podcasts die ik erdoor jaag is enorm op die manier. Al goed dat ik niets op kan schrijven wanneer ik aan het fietsen ben of de mentale lijst van boeken die ik misschien wel graag wil lezen zou ontmoedigende proporties aannemen.

In één van mijn favorieten (behalve dat het heerlijk luistervoer is, heeft ‘ie ook precies de juiste lengte voor een enkele rit), kwam iemand aan het woord die fan is van ‘wat als’ boeken. Er volgde nog een hele uitleg, maar die had ik eigenlijk niet nodig, want ik begreep meteen haar fascinatie. Ik zoek ze misschien niet expliciet op, maar na zo’n ‘wat als’ boek, denk ik bijna altijd: wat knap gevonden! Het zijn boeken die tot de verbeelding spreken. Misschien wel omdat het startpunt een vraag is die ik mezelf dagelijks wel eens stel – zonder daarom het hele scenario uit te werken. Wanneer je eraan denkt op hoeveel momenten je een keuze kan maken waardoor je dag een wending neemt die net zo goed een andere had kunnen zijn. Wie weet zijn enkele van die wendingen wel ontzettend bepalend voor het verdere verloop van je leven, of zelfs van de wereldgeschiedenis (een mens mag het al eens groots zien).

Dat zeg ik natuurlijk niet zomaar, want het boek waar ik onmiddellijk aan moest denken was La part de l’autre van Eric-Emmanuel Schmitt. In het Nederlands werd die roman vertaald als Adolf H. Twee levens.
(ik begrijp dat de Franse titel hier bijna onmogelijk te vertalen zou zijn, maar het is toch een beetje blah).
Het uitgangspunt is de vraag: wat als Hitler in 1908 wél toegelaten was aan de kunstacademie van Wenen? Schmitt experimenteert met die alternatieve toekomst door een soort parallel circuit op te zetten in zijn roman: het ene hoofdstuk gaat over het ene scenario, het volgende over het andere, en zo door tot het einde. Hoe het afliep met Hitler en WOII, daar leven we mee. In het andere is er geen WOII en zet Duitsland de eerste man op de maan.

Blijkbaar is dat dus een genre apart: uchronie of alternatieve geschiedschrijving. (Niet te vergelijken met de bij sommigen zo populaire alternative facts. Of met meningen waarin sheeple voorkomen.) Experimenteren met het besef dat het zomaar anders had kunnen zijn. Doelbewust fictief en nergens met de pretentie lijken uit de kast te rukken. Ik vind dat dus geweldig boeiend. Al van toen ik klein was: op mijn dertiende plukte ik uit het rek in de bib nogal willekeurig Vaselientjes kleuterpraat, geïntrigeerd door een zinnetje op de achterflap. “Er gebeuren veel dingen in een leven, maar je hebt er geen idee van hoeveel dingen er bijna gebeuren.” Eigenlijk vreemd dat dat boek bij de jeugdboeken stond, want het is het fictieve dagboek van een vierjarige, duidelijk geschreven door een vader met ervaring (Eli Asser), uitgegeven in 1953. Het is me wel altijd bijgebleven en nu ik zelf kinderen heb, zou ik het eigenlijk graag nog eens herlezen. (Maar echt. Ook al zeg ik dat van veel boeken zonder het ooit te doen, dit zou ik écht herlezen.) Niet echt een “wat als” boek, maar toch…

We staan al zoveel stil bij de dingen die gebeuren. Misschien kunnen we net zo goed af en toe dankbaar zijn voor de dingen die niét gebeuren?

(Oh, en voor wie, net als ik, zin heeft om zich in uchronie te verdiepen: hier staat een lijstje – volgens mij is er best veel van vertaald intussen).

(Oh en ook nog: ik heb me gek gezocht naar de aflevering waarin er werd gesproken over what if boeken, maar ik vond het juist fragment niet. Wel denk ik te weten dat het over het boek Rodham ging, van Curtis Sittenfeld, waarin ze onderzoekt hoe de wereld eruit zou zien als Hillary Bill Clinton had afgewezen. Ook wel een leuke voor de lijst, denk ik.)

(Oh en nog een laatste: hebben jullie nog tips?)

Quicklit #6 – gelezen in mei

Halverwege de maand deel ik , net als vele anderen hier op het wereldwijde web, wat ik de maand voordien gelezen heb. Het idee haalde ik bij wat voor mij de boekenblog der boekenblogs is: Modern Mrs. Darcy. De recensies zijn heel kort en krachtig, geen uitgebreide besprekingen. Net genoeg om misschien je nieuwsgierigheid te prikkelen.

Un dernier tour de valse – Inès de Kertangy
Historische roman die zich afspeelt in een tijd waar ik eigenlijk weinig over weet, hoewel ik het vast wel eens gestudeerd moet hebben: le Second Empire onder Napoleon III. De opgang en ondergang ervan worden verteld door Sophianne op het moment dat ze al grootmoeder is en, nog steeds rouwend om het verlies van haar zoon, besluit haar verhaal neer te pennen voor diens dochter. Zij was immers de beste vriendin van Eugénie, de latere keizerin. Het wordt vooral een heel menselijk verhaal, dwars doorheen de soms stijve gebruiken en geplogendheden die bij haar positie hoorden, wat maakt dat ik het boek heel graag gelezen heb en meteen weer zin in nog meer historische romans.

Kraai & Koninkrijk – Leigh Bardugo
Het vervolg op het deel dat ik vorige maand al las en zo mogelijk nog spannender. De personages krijgen nog meer gestalte en diepgang. Ik kon vooral de focus op Jasper en Wylan appreciëren, die elk uitgroeien tot een krachtig personage. Kaz kon me deze keer iets minder bekoren, hoe tergend traag hij gevoelens toelaat, waardoor zijn hele relatie met de, voor een groot deel van het verhaal ontvoerde, Inej zo vreselijk langzaam vordert dat het pijnlijk is om te lezen. Veel verrassende wendingen die me tot op het einde op het puntje van mijn stoel hielden.

Quicklit #5 – gelezen in april

Halverwege de maand deel ik , net als vele anderen hier op het wereldwijde web, wat ik de maand voordien gelezen heb. Het idee haalde ik bij wat voor mij de boekenblog der boekenblogs is: Modern Mrs. Darcy. De recensies zijn heel kort en krachtig, geen uitgebreide besprekingen. Net genoeg om misschien je nieuwsgierigheid te prikkelen.

French Fried – Chris Dolley
Ik had een hele grote behoefte aan iets luchtigs en toen leverde wat rondklikken op Kobo+ me deze op. Ik heb echt voortdurend hard moeten lachen (en dat is een zeldzaamheid in boeken voor volwassenen, vind ik). Typisch Engelse humor, vooral in de licht onderkoelde manier van schrijven in combinatie met uitzinnige “dit geloof je toch niet” situaties. Tonnen zelfrelativering. Het is waargebeurd, maar je kan het zo niet verzinnen: Engelsman verhuist naar Frankrijk en ontdekt na 7 maanden dat hij onderweg werd opgelicht, waardoor het boek zelfs nog een (ont)spannende whodunit wordt. Hilarisch, en het bracht fijne herinneringen boven aan “les carnets du Major Thompson” van Pierre Daninos.

Paris Letters – Janice MacLeod
Ook wat luchtiger, maar ik was wel onder de indruk (want ook dit is waargebeurd) want dat je met zo’n eenvoudig idee je brood kan verdienen! Auteur zat vast in haar copywriter job, bedenkt dat ze daar graag mee wil stoppen en gewoon niks doen, berekent hoeveel ze daarvoor moet sparen, bedenkt dat ze met dat sparen al niks mis kan doen en hup! Ze geeft alles op en gaat gewoon. Uiteindelijk verdient ze haar brood met geïllustreerde brieven vanuit Parijs. Simpel maar geniaal. Inspirerend in die zin dat het me ontzettend veel goesting gaf om ook terug wat meer te schrijven.

Un livre, un arbre et des emmerdes – Julien Simonet
De eerste van Boobox en boenk erop. Een boek dat bij mij, onverwacht, nog wat is blijven hangen. Alex geeft zijn job op om een boek te schrijven. Later kom je erachter dat hij rouwt om zijn beste vriend. Zijn vrouw laat hem zitten en hij dreigt zo zijn zoontje te verliezen, tenzij zijn boek, dat goed is, een bestseller wordt. Een uitgeverij vinden is echter lang niet zo evident.
Juliette wordt kinderloos maar mét rinkelende eierstokken gedumpt door haar partner en blijkt dezelfde naam te hebben als een hippe uitgever.
Je ziet het al aankomen, maar toch blijf je lezen. In mijn geval heb ik het willen wegleggen omdat het einde dat eraan leek te komen echt niét het einde was dat ik wilde lezen. Gelukkig kwam er een onverwachte wendig en is het einde cheesy en happy en ik verbaasde mezelf dat ik dat blijkbaar echt wilde. Echt, als er kleine kinderen aan te pas komen, dan doet zelfs mijn literaire hart rare dingen, maar ik heb het dus uit kunnen lezen. Gelukkig.

Het is de liefde die we niet begrijpen – Bart Moeyaert
Alleen al voor de titel zou je dit boek toch mee naar huis nemen? Maar ook voor de auteur natuurlijk. Niets dan liefde voor de auteur. Bevreemdend boekje, eigenlijk, niet helemaal wat ik ervan verwachtte denk ik. Niet dat ik precies weet wat ik dan wel verwachtte. Beklijvend wel. Snippers uit een dysfunctioneel gezin: een stiefvader die zijn handen niet thuis kan houden, een moeder in volle ontkenning, jonge kinderen die meer zien dan ze zouden moeten en een puber die slingert tussen kwaadheid, liefde voor zijn zussen, onmacht, weg willen. Allemaal super suggestief en ontzettend raak.
(En ik begrijp er niks van. En alles. En dat is nu juist ook weer het punt.)

Het zwaard van de waarheid – Terry Goodkind
Eerste boek in de reeks De wetten van de magie. Ik was ervan overtuigd dat ik dit lang geleden al eens had gelezen, maar ik herinner me er echt niets meer van. Lekker oldschool fantasy, goed versus kwaad met wat nuance tussenin. De “gewone” Richard Cypher redt per ongeluk een intrigerende vrouw Kahlan en raakt zo verwikkeld in de ultieme poging om de wereld te behoeden van de saddhistische heerschappij van Darken Rahl. Zijn beste vriend blijkt de gevluchte oude tovenaar Zed en hijzelf de Zoeker die het Zwaard mag hanteren.
Leest vlot, maar het is ook ontzettend cliché: hoe de onmogelijke liefde toch mogelijk wordt door pure en ware liefde… meh. Schrappen was misschien wel een goed idee geweest hier, want op het einde begon ik passages schuin te lezen.

Quicklit #4 – gelezen in maart

Halverwege de maand deelde ik normaal, net als vele anderen hier op het wereldwijde web, wat ik de maand voordien gelezen heb. Het idee haalde ik bij wat voor mij de boekenblog der boekenblogs is: Modern Mrs. Darcy. De recensies zijn heel kort en krachtig, geen uitgebreide besprekingen. Net genoeg om misschien je nieuwsgierigheid te prikkelen.
Maar ik stond dus een maand achter. Dus hup: toch nog de quicklit voor maart. Als in: de maand waarin ik maar drie boeken las, waarvan één eigenlijk niet met volle goesting. Kon beter dus.

List & leugens – Leigh Bardugo
Deze stond als ‘nieuw’ in het rek van de bib en stond expliciet gemarkeerd als gericht op adolescenten. Dus hoera, nu ontdek ik ook eindelijk Young Adult. Deze fantasy leest lekker weg, heeft een heerlijk grimmige setting die me een beetje doet denken aan Deadwood met bordelen en rivaliserende groepen. Het magische element komt van de Grisha, mensen met een specifiek magisch talent. Blijkbaar spelen die ook al een rol in eerdere boeken van de auteur, en als ik eerlijk ben, is mijn nieuwsgierigheid gewekt. Er is een romantische lijn die duidelijk is, maar niet het hele verhaal domineert en de personages hebben voldoende diepgang. Veel plezier gehad aan deze, en het vervolg gaat op mijn lijstje.


The Witcher, boek 1: de laatste wens – Andrzej Sapowski
Eén van de weinige keren dat ik éérst de serie zag en toen pas aan het boek begon. Viel dat even tegen. Als ik het goed begrepen heb, is de serie eerder gebaseerd op de game dan op het boek, en dat kan ik best begrijpen, al heb ik het spel nooit gespeeld. Acteur Henry Cavill zet het personage van de Witcher veel interessanter neer dan in het boek: waar hij uitblinkt in éénlettergrepige antwoorden en af en toe een mannelijke grom, blinkt de Hekser in het boek uit in morele en filosofische beschouwingen die zwaar op de hand liggen. De laatste hoofdstukken heb ik maar schuin gelezen. Ik wacht wel tot ik mijn ogen verder de kost kan geven, het vervolg krijgt hier geen kans meer.


De boekhandel van Teheran – Marjan Kamali
Een boekenwinkel als bepalende plaats in een roman? Daarmee heb je alvast mijn aandacht. Een verhaal over een onmogelijk gemaakte liefde in een woelig Teheran. Over je eigen koers willen bepalen maar dat uiteindelijk niet kunnen. Verdriet van generaties dat in de weg zit, begrip dat pas veel later of niet komt. Mooi en wrang tegelijkertijd.

’t Is om te lachen

Vanuit de kamer van de oudste komt gegrinnik. Ik kijk verwonderd op. Mijn man is gaan werken, de jongste rijdt op haar loopfietsje in de tuin en zelf ben ik de was aan het ophangen. Een paar minuten later staat mijn zoon bovenaan de trap en doet me een hilarische passage uit Vos en Haas uit de doeken. Iets over Vos en een dieet waar ‘ie op moest maar nu heel graag weer af wil.

Mijn hart wordt er helemaal warm van. Hoe heerlijk toch, een boek dat je hardop laat lachen. Onlangs las ik bij Nienke een lijstje grappige boeken, ter ere van 1 april. Er stonden opvallend veel boeken voor jongeren tussen. Valt er voor volwassenen niets meer te lachen dan? Hoe lang was het eigenlijk geleden dat ik nog eens hardop had gelachen bij een boek? Best lang, zo bleek. Volgens mij van De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Alleen de titel al, ik was meteen om. Plus het absurde verhaal en een oude brompot als hoofdpersonage (daar heb ik een serieuze literaire zwak voor). Heerlijk. Maar dus al een tijdje geleden.

Alsof het universum mij hoorde en het, De Alchemist-gewijs, alles in het werk stelde om mij te geven waar ik om vroeg, zelfs al wist ik het niet, passeerde er in Kobo Plus een titel die me toevallig aansprak. Omdat het gaat over een Brit die naar Frankrijk verhuist. Liefde voor Frankrijk, liefde voor Britse humor. Na Les carnets du Major Thompson, die ik ergens in ver verleden van een leeslijst had geplukt, vind ik dat een heerlijke combinatie. Die nu dus zomaar kwam aanwaaien. Net nadat ik De Parijzenaar alweer zuchtend had weggelegd want “niet het juiste boek op het juiste moment”.

Enkele uren later fronst mijn man de wenkbrauwen. “Gaat het?” vraagt hij voorzichtig en kijkt verontrust naar de tranen in mijn ogen. Even doe ik nog een wilde poging om de grap uit te leggen, maar zijn frons wordt dieper. Humor laat zich niet uitleggen en al helemaal niet door mij. Maar neem het van mij aan: als Engels je niet afschrikt, je uitzinnige situaties en zelfrelativering kan smaken, en bereid bent over een paar vervelende foutjes in Franse citaten heen te lezen (toon mij namelijk de Fransman die consequent “une problème” zegt… ik betwijfel zelfs of je het zelf zou kunnen zeggen zonder met die heerlijk subtiele charme en natuurlijke moedertaaltrots verbeterd te worden)… dan is French Fried: one man’s move to France with too many animals and an identity thief iets voor jou.

Aan het gegniffel boven te horen, denk ik overigens dat mijn volgende boek over een Vos en een Haas zal gaan.’ ‘k Heb er al zin in.

Quicklit #3 – gelezen in februari

Halverwege de maand deel ik, net als vele anderen hier op het wereldwijde web, wat ik gelezen heb. Het idee haalde ik bij wat voor mij de boekenblog der boekenblogs is: Modern Mrs. Darcy. De recensies zijn heel kort en krachtig, geen uitgebreide besprekingen. Net genoeg om misschien je nieuwsgierigheid te prikkelen. Wegens een heel bizarre maand maart, komt deze van februari met een beetje vertraging – en maak ik alvast het voornemen om het wat beter bij te houden.

Broere – Bart Moeyaert
Al een tijd geleden gekocht, bewaard om hoofdstukje per hoofdstukje van te genieten… en toen kon ik niet meer stoppen natuurlijk. Wondermooi en in bepaalde opzichten herkenbaar, volgens mij nog meer voor mijn man. De warmte en de verwondering vloeien van de bladzijden en ik wou dat ik me net zo goed die onbezwaarde blik en dat fonkelende leven kon herinneren. En hé, “zeebeleg”, het bestaat dus echt.

De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje – Jonas Jonasson
Voor het ontgoochelende vervolg op de 100-jarige man die uit het raam klom en verdween, kwam blijkbaar nog deze. Qua humor en stijl bijna net zo sprankelend absurd, maar dan in een andere setting. Een Zuid-Afrikaanse sloppenbewoonster, griezelig intelligent, een per ongeluk extra geproduceerde atoombom die zoekraakt voor de Mossad en in een Zweedse context terecht komt waar gespletenheid de rode draad is. Leuk om te lezen, maar in se net hetzelfde principe als het eerste boek, wat maakt dat het veel minder blijft plakken.

Le secret de Ji, tome 1: les six héritiers – Pierre Grimbert
Na een paar ontgoochelende luisterboeken die ik niet uit kreeg, op het idee gekomen m’n credits in te ruilen en Franse fantasy te ontdekken. Goede beslissing: ik werd echt helemaal in het verhaal gezogen en keek zelfs uit naar ritjes in de auto. Het concept: lang geleden werden vertegenwoordigers van alle rijken uitgenodigd naar het eiland Ji. Niemand weet wat er gebeurde, maar slechts enkelen kwamen terug en zij spraken er nooit over. Enkel hun afstammelingen kwamen nog elk jaar bijeen, ingewijd in een deel van het geheim. Nu worden ze één voor één vermoord. Slechts enkelen ontsnappen en proberen elkaar te bereiken.

De boekbinder – Bridget Collins
Puur op titel gekozen en niet teleurgesteld. Emmet wordt, erg tegen zijn zin, in de leer gestuurd bij een boekbindster, een “ouderwetse”. Het duurt even voor hij ontdekt wat de job inhoudt; herinneringen binden zodat de eigenaar ze kwijt is en weer leven kan. Zijn lerares sterft echter voor hij in de kunst wordt ingewijd en haar zoon, die er een andere moraal en andere methodes op nahoudt, neemt hem als leerling over. Meer liefdesverhaal dan fantasy, in een licht historische setting. Maar die liefde is mooi en rauw genoeg – eigenlijk een van de eerste liefdesverhalen rond geaardheid waarbij dat laatste me echt geen lor kon schelen, omdat ik er helemaal mee in zat, het niet alleen maar mooi vond van buitenaf. Heel bijzonder.

De winter voorbij – Isabel Allende
Nog eens een Allende, omdat ik in bepaalde lessen op school toch over Chili bezig ben. Dat was lang geleden en helemaal niet zo zwaar op de hand als ik verwachtte. Vrouwen die zichzelf en hun grimmige verleden overstijgen en een aandoenlijke Amerikaan, samengebracht rond een auto en een lijk. Dat vleugje ironie dat overal overheen lijkt te liggen en de hardere humor lezen fijn…

Quicklit #2 – gelezen in januari

Halverwege de maand deel ik, net als vele anderen hier op het wereldwijde web, wat ik gelezen heb. Het idee haalde ik bij wat voor mij de boekenblog der boekenblogs is: Modern Mrs. Darcy. De recensies zijn heel kort en krachtig, geen uitgebreide besprekingen. Net genoeg om misschien je nieuwsgierigheid te prikkelen.

De kinderjaren van Jezus – J.M. Coetzee
Dit boek koos ik puur op titel – iets als vakliteratuur of zo. Gelukkig is het zo veel meer dan dat. Simòn en David, een man en een kleine jongen, beiden vluchteling, spelen de hoofdrol. Natuurlijk had ik voortdurend de neiging om parallellen te zoeken met de Bijbel – de keuzes van de personages, hun manier van communiceren. Gelukkig is het verhaal mooi en meeslepend genoeg om de titel vaak genoeg naar de achtergrond te duwen. Veel wijsheid komt in dit deel niét van David, maar van de man die zich als een vader gedraagt zonder er één te willen zijn. Wat me zo raakte in dit boek, is de invulling van wat ‘bijzonder’ allemaal kan zijn en hoe wij mensen met een andere kijk op de wereld omgaan. Er zijn nog twee delen, en die ga ik zeker weten ook lezen (maar misschien niet meteen).

Tous les hommes n’habitent pas le monde de la même façon – Jean-Paul Dubois
De Prix Goncourt van 2019. Een verhaal zoals ik het graag hoor, in flash-back, een mensen leven met alle grote en kleine dingen die maken dat je staat waar je staat. Aan het woord is Paul Hansen, gevangene, veroordeeld tot twee jaar effectief. Je weet dat je uiteindelijk zal horen waarom en dat maakt het een uiterst bevredigend boek. Hij is de zoon van een onwaarschijnlijk koppel: zijn Deense vader is een dominee en zijn Franse moeder is een vrijgevochten schoonheid die haar eigen bioscoop uitbouwt. Op de lange termijn onverenigbaar en zo valt zijn leven in stukjes uiteen – hij trekt uiteindelijk richting Canada, zijn vader achterna. Hij bouwt er een leven uit (terwijl zijn vader het zijne vergokt), maar verliest uiteindelijk alles wat hem liefde schonk.
Ik had een bijzondere sympathie voor zijn celgenoot, Horton, type ruwe bolster blanke pit. Dit boek las ik als audioboek en ik kon de warme stem van Jacques Gamblin bijzonder appreciëren.

De kat en de generaal – Nino Haratischwili
Het is altijd afwachten of een auteur die je de eerste keer van je sokken blies, dat ook een tweede keer kan, maar ja dus. Net als bij het achtste leven (voor Brilka), kwam het traag op gang en strooide ze overvloedig met personages. Je weet dat ze gelinkt zijn of dat zullen worden, maar je weet nog niet hoe. Veel noodlottigheid alweer met als rode draad schuld en boete. Belangrijkste personages zijn de generaal die niet altijd de generaal was, de dubbelgangster van een vermoorde vrouw die veel verder neust dan nodig, het lief dat de beerput toch weer open trekt ook al zit ‘ie er zelf mee in. Huiveringwekkend en fataal, ook al is het einde open.

De verwarde cavia – Paulien Cornelisse
Geen idee waar dit op sloeg. Het was in een bepaald opzicht wel entertainend, maar daar hield het voor mij dan ook op. Deed me heel erg denken aan de televisieserie ‘het eiland’, maar dat pakte dus niet zo goed op papier. Volgens mij valt er ook wel iets dergelijks te schrijven in de setting van een leraarskamer. Zou dat me dan meer aanspreken? En vooral: waarom in godsnaam een cavia?

Quicklit #1 – gelezen in november

De 15e van elke maand deel ik, net als vele anderen hier op het wereldwijde web, wat ik gelezen heb. Het idee haalde ik bij wat voor mij de boekenblog der boekenblogs is: Modern Mrs. Darcy. De recensies zijn heel kort en krachtig, geen uitgebreide besprekingen. Net genoeg om misschien je nieuwsgierigheid te prikkelen.

Een meisje in het zand – Nathalie Abi-Ezzi
Dit boek speelt zich af in Beirut, tijdens de uitlopers van het Israëlisch-Palestijns conflict. We kijken door de ogen van het jonge meisje Ruba. Haar vader leeft nog, maar tegelijkertijd is hij heel erg afwezig. Hij is immers zwaar getraumatiseerd door een gebeurtenis tijdens die oorlog en raakt niet uit zijn mentale gevangenis. Hij wordt door zijn dochter erg gemist. Het Israëlisch-Palestijns conflict is dankzij een collega die er erg veel over weet in mijn cursus terecht gekomen en kruipt sowieso al onder mijn vel. Zo’n extra perspectief, dat hakte er wel in. Aangrijpend.

De Samoerai – Shusako Enzo
De Franciscaner missionaris Velasco wil heel graag bisschop van het haast onbekeerbare Japan worden. Onder het mom van handelsmissie sleurt hij een paar Japanse gezanten mee in zijn ambitie. Maar Japan heeft zijn eigen agenda, waar ook de trouwe gezanten niets over weten.
Het duurde even voor dit boek me mee had, maar ik ben blij het gelezen te hebben. De schrijfstijl zorgt voor een heel zware atmosfeer en een gevoel van onontkoombaarheid. Vooral daardoor zal het wel even blijven hangen. Hier schreef ik er ook al iets over.

Bloed en beenderen – Tomi Adeyemi
Fantasy met een Afrikaanse gloed. Ik zat op het puntje van mijn stoel, maar daar moet ik helaas blijven wachten want de volgende delen zijn nog niet uit. Op de setting na niet ontzettend origineel (uiteindelijk volgt de meeste fantasy wel dezelfde grote lijnen: strijd tussen goed en kwaad met een vleugje magie), maar wervelend, exotisch en meeslepend. De epiloog van de schrijfster, het waarom van het boek, is voelbaar doorheen het hele verhaal. Knap!

De val van Troje – Peter Ackroyd
De bescheiden maar intelligente Sophie wordt uitgehuwelijkt aan de excentrieke Heinrich Obermann. Die is bezig met de opgraving van wat volgens hem Troje is. Hij gelooft zo hard in zijn project dat hij geen enkel tegenbewijs aanvaardt en hij ziet archeologie als iets kneedbaars, iets wat je naar je hand kan en moet zetten.
Dit boek voldeed niet helemaal aan mijn verwachtingen, al weet ik niet goed wat ik er dan wel juist van verwachtte.

Volt – Roderik Six
Bevreemdend boek in een dystopische setting. Een beetje onduidelijk wat ik van het hoofdpersonage Duvall moest vinden: enerzijds is het een koele kikker, anderzijds ook weer niet. Het is heel moeilijk om de verhoudingen tussen de personages en hun omgeving te peilen in dit boek. Geen idee waar het precies naartoe ging en hoe het ineen zat, maar het hield me wel in de ban. Filosofisch en op een ongewone manier spannend. Hier verwees ik er ook al eens naar.