Quicklit #2 – gelezen in januari

Halverwege de maand deel ik, net als vele anderen hier op het wereldwijde web, wat ik gelezen heb. Het idee haalde ik bij wat voor mij de boekenblog der boekenblogs is: Modern Mrs. Darcy. De recensies zijn heel kort en krachtig, geen uitgebreide besprekingen. Net genoeg om misschien je nieuwsgierigheid te prikkelen.

De kinderjaren van Jezus – J.M. Coetzee
Dit boek koos ik puur op titel – iets als vakliteratuur of zo. Gelukkig is het zo veel meer dan dat. Simòn en David, een man en een kleine jongen, beiden vluchteling, spelen de hoofdrol. Natuurlijk had ik voortdurend de neiging om parallellen te zoeken met de Bijbel – de keuzes van de personages, hun manier van communiceren. Gelukkig is het verhaal mooi en meeslepend genoeg om de titel vaak genoeg naar de achtergrond te duwen. Veel wijsheid komt in dit deel niét van David, maar van de man die zich als een vader gedraagt zonder er één te willen zijn. Wat me zo raakte in dit boek, is de invulling van wat ‘bijzonder’ allemaal kan zijn en hoe wij mensen met een andere kijk op de wereld omgaan. Er zijn nog twee delen, en die ga ik zeker weten ook lezen (maar misschien niet meteen).

Tous les hommes n’habitent pas le monde de la même façon – Jean-Paul Dubois
De Prix Goncourt van 2019. Een verhaal zoals ik het graag hoor, in flash-back, een mensen leven met alle grote en kleine dingen die maken dat je staat waar je staat. Aan het woord is Paul Hansen, gevangene, veroordeeld tot twee jaar effectief. Je weet dat je uiteindelijk zal horen waarom en dat maakt het een uiterst bevredigend boek. Hij is de zoon van een onwaarschijnlijk koppel: zijn Deense vader is een dominee en zijn Franse moeder is een vrijgevochten schoonheid die haar eigen bioscoop uitbouwt. Op de lange termijn onverenigbaar en zo valt zijn leven in stukjes uiteen – hij trekt uiteindelijk richting Canada, zijn vader achterna. Hij bouwt er een leven uit (terwijl zijn vader het zijne vergokt), maar verliest uiteindelijk alles wat hem liefde schonk.
Ik had een bijzondere sympathie voor zijn celgenoot, Horton, type ruwe bolster blanke pit. Dit boek las ik als audioboek en ik kon de warme stem van Jacques Gamblin bijzonder appreciëren.

De kat en de generaal – Nino Haratischwili
Het is altijd afwachten of een auteur die je de eerste keer van je sokken blies, dat ook een tweede keer kan, maar ja dus. Net als bij het achtste leven (voor Brilka), kwam het traag op gang en strooide ze overvloedig met personages. Je weet dat ze gelinkt zijn of dat zullen worden, maar je weet nog niet hoe. Veel noodlottigheid alweer met als rode draad schuld en boete. Belangrijkste personages zijn de generaal die niet altijd de generaal was, de dubbelgangster van een vermoorde vrouw die veel verder neust dan nodig, het lief dat de beerput toch weer open trekt ook al zit ‘ie er zelf mee in. Huiveringwekkend en fataal, ook al is het einde open.

De verwarde cavia – Paulien Cornelisse
Geen idee waar dit op sloeg. Het was in een bepaald opzicht wel entertainend, maar daar hield het voor mij dan ook op. Deed me heel erg denken aan de televisieserie ‘het eiland’, maar dat pakte dus niet zo goed op papier. Volgens mij valt er ook wel iets dergelijks te schrijven in de setting van een leraarskamer. Zou dat me dan meer aanspreken? En vooral: waarom in godsnaam een cavia?

Quicklit #1 – gelezen in november

De 15e van elke maand deel ik, net als vele anderen hier op het wereldwijde web, wat ik gelezen heb. Het idee haalde ik bij wat voor mij de boekenblog der boekenblogs is: Modern Mrs. Darcy. De recensies zijn heel kort en krachtig, geen uitgebreide besprekingen. Net genoeg om misschien je nieuwsgierigheid te prikkelen.

Een meisje in het zand – Nathalie Abi-Ezzi
Dit boek speelt zich af in Beirut, tijdens de uitlopers van het Israëlisch-Palestijns conflict. We kijken door de ogen van het jonge meisje Ruba. Haar vader leeft nog, maar tegelijkertijd is hij heel erg afwezig. Hij is immers zwaar getraumatiseerd door een gebeurtenis tijdens die oorlog en raakt niet uit zijn mentale gevangenis. Hij wordt door zijn dochter erg gemist. Het Israëlisch-Palestijns conflict is dankzij een collega die er erg veel over weet in mijn cursus terecht gekomen en kruipt sowieso al onder mijn vel. Zo’n extra perspectief, dat hakte er wel in. Aangrijpend.

De Samoerai – Shusako Enzo
De Franciscaner missionaris Velasco wil heel graag bisschop van het haast onbekeerbare Japan worden. Onder het mom van handelsmissie sleurt hij een paar Japanse gezanten mee in zijn ambitie. Maar Japan heeft zijn eigen agenda, waar ook de trouwe gezanten niets over weten.
Het duurde even voor dit boek me mee had, maar ik ben blij het gelezen te hebben. De schrijfstijl zorgt voor een heel zware atmosfeer en een gevoel van onontkoombaarheid. Vooral daardoor zal het wel even blijven hangen. Hier schreef ik er ook al iets over.

Bloed en beenderen – Tomi Adeyemi
Fantasy met een Afrikaanse gloed. Ik zat op het puntje van mijn stoel, maar daar moet ik helaas blijven wachten want de volgende delen zijn nog niet uit. Op de setting na niet ontzettend origineel (uiteindelijk volgt de meeste fantasy wel dezelfde grote lijnen: strijd tussen goed en kwaad met een vleugje magie), maar wervelend, exotisch en meeslepend. De epiloog van de schrijfster, het waarom van het boek, is voelbaar doorheen het hele verhaal. Knap!

De val van Troje – Peter Ackroyd
De bescheiden maar intelligente Sophie wordt uitgehuwelijkt aan de excentrieke Heinrich Obermann. Die is bezig met de opgraving van wat volgens hem Troje is. Hij gelooft zo hard in zijn project dat hij geen enkel tegenbewijs aanvaardt en hij ziet archeologie als iets kneedbaars, iets wat je naar je hand kan en moet zetten.
Dit boek voldeed niet helemaal aan mijn verwachtingen, al weet ik niet goed wat ik er dan wel juist van verwachtte.

Volt – Roderik Six
Bevreemdend boek in een dystopische setting. Een beetje onduidelijk wat ik van het hoofdpersonage Duvall moest vinden: enerzijds is het een koele kikker, anderzijds ook weer niet. Het is heel moeilijk om de verhoudingen tussen de personages en hun omgeving te peilen in dit boek. Geen idee waar het precies naartoe ging en hoe het ineen zat, maar het hield me wel in de ban. Filosofisch en op een ongewone manier spannend. Hier verwees ik er ook al eens naar.

Hoe wij een hele wereld zijn

In het zesde middelbaar hadden wij een leerkracht Frans die ook priester was. Hij gaf eigenlijk les aan de hogeschool, maar wilde graag ook één klas laatstejaars uit het secundair. Hij was niet erg geliefd, niet door mij en ook niet door mijn klasgenoten. Zijn opdrachten waren vaak om van achterover te vallen, al moet ik achteraf bekennen dat ik best veel geleerd heb en dat het me later zelfs van pas is gekomen.

Eén van zijn stunts was dat we verplicht naar een filmvoorstelling moesten. Het bleek een verfilming van Prousts à la recherche du temps perdu te zijn, en we begrepen er geen letter van. Niet zozeer omwille van de taal (het zou zelfs zomaar kunnen dat het ondertiteld was, al betwijfel ik het), maar al na tien minuten was zowat iedereen de rode draad kwijt. Voor zover we er één hadden kunnen vinden, ten minste. Achteraf bleek dat het om een ‘stream of consciousness’ ging en dat hij dat er wellicht best vooraf bij had vermeld. Wellicht ja.

Ook al herinner ik me dus geen jota meer van de film, ik vond het wel ontzettend beklijvend dat die hele stroom woorden in mijn eigen hoofd nu opeens een naam had. En eenmaal ik daar een beetje overheen was, kwam het volgende besef méér dan binnen: iedereen heeft dat dus. Niet alleen een heel eigen leven, parallel aan het mijne, maar ook een eigen stroom gedachten, die vast net als de mijne alle kanten op gaan.

De automobilist die mij over liet op het zebrapad. Waar dacht hij aan, op het moment dat hij met zijn hand teken deed dat ik over kon? Waar zou hij wonen? Wat gaat ie eten vanavond? Doet hij zijn werk graag? Zou zijn linkeroorlel soms jeuken?
En dan net zo voor de mevrouw van de slager. Of voor het voetbalvriendje dat laatst is komen spelen. Of voor dat meisje dat daar op de bus staat te wachten.
De jeugdvriendin die je al jaren niet meer gehoord hebt, is misschien op dit eigenste moment pasta is aan het afgieten en denkt aan het concert waar ze vorig weekend bij was (noot: die jeugdvriendin ben ik, eerlijk waar, nog geen tien uur na het bedenken van deze zin, tegen gekomen in de stad. Na drie jaar. Ik ben van verbouwereerdheid vergeten vragen of ze pasta had gegeten en naar een concert was geweest.)

Robert Oppenheimer was een briljant wetenschapper die de atoombom mee ontwikkelde. Toen een van die bommen een volledige stad in de as legde, citeerde hij de veelarmige god Vishnu: “Nu ben ik de dood geworden, vernietiger van werelden.” Let op het meervoud. Daarmee doelde hij niet zozeer op de materiële schade of de mogelijkheid om met die bommen meerdere aardbollen te vernietigen maar op al die mensenwerelden die in een luttele seconde uitgewist werden. Al die dromen, al die gedachten. Al die verledens, al die toekomsten – in een flits verdwenen.

Volt – Roderik Six

Afbeelding van Prasanna Devadas via Pixabay

Nog steeds vind ik dat veruit het meest onbevattelijke – hoeveel gedachten en handelingen wij met zijn allen genereren. Hoe we allemaal een stempel drukken op ons eigen kleine stukje wereld, zelfs zonder dat zo te bedoelen. Hoe we onze eigen kleine wereld zijn, hoe groot en enig die ook voelt. Ik raak er soms gedesoriënteerd van.


Volt is trouwens een bizar spannend boek in een erg dystopische setting. Doordat je in Duvalls hoofd zit, krijg je maar één perspectief binnen en verder heel weinig informatie. Die dacht ik steeds maar te zullen krijgen en toen was het boek plots uit. Ik vond het geweldig én ik snapte er niks van.


Nu jij.

Geen keuze

Er ligt een grijze doek over de Indian Summer buiten. Alsof alles zich buiten blah voelt. Het weerspiegelt natuurlijk gewoon mijn eigen stemming. Blah. En ook een beetje spijt. En boos zijn op mezelf omdat ik maanden geleden alweer ergens ja op heb gezegd en waar ik nu niet meer onderuit kan. Domme ik. Het was iets waarvan ik vond dat ik het echt moest doen. Eigenlijk vind ik dat nog steeds. Maar het weegt wel, vooral omdat alles eromheen tegenpruttelt. Had ik dit niet gedaan, dan pruttelde het nog steeds, maar dan had ik er mooi geen last van. Ik had verdorie de kans én een zeer valabele reden om te weigeren.

Helaas. Het blijft even grijs en nu pruttel ik binnen maar een beetje tegen mezelf, waar toch niemand luistert. Een beetje overvallen door dat enorme gevoel van onontkoombaarheid. De tijd gaat toch wel voorbij, in die pap heb ik niet te brokken. Meestal heb ik wel het idee dat ik de teugels in handen heb. Alleen vandaag zit ik op de bok en moet ik constateren dat we net ergens een afslag hebben genomen terwijl ik de andere kant op wilde. Ik kijk een beetje wanhopig en misschien licht verwilderd achterom.
Gelukkig is het allemaal niet zo dramatisch.

Het moerasland was in zijn ogen als het ware het huis van een slak geworden. En nu werd hij met geweld uit zijn huis gewipt. En misschien… misschien zal ik tijdens die lange reis sterven en nooit naar dit moerasland terugkeren. Plotseling werd zijn hart verduisterd door de angst zijn vrouw en kinderen nooit meer terug te zien.

De samoerai – Shusaku Endo

Vandaag stond in de krant een foto van een dode man. Hij droeg een reddingsvest van lege plastic flessen. Deze zomer stond die foto ook al in de krant, want toen was ie gevonden. Aan onze kust. Hij kreeg een eenzame uitvaart – er was haast niets over hem geweten. Maar enkele weken later worden zijn bezittingen overgemaakt aan de imam die de uitvaart leidde. Die man had “een koran, een bijbel, allerlei persoonlijke notities, maar ook: zijn telefoon.” Die was kapot, maar de SD kaart erin bleek nog te werken. Tonnen foto’s. Een ITV journalist, die al van in het begin aangedaan was door de wanhoop in de foto, is beginnen graven. Zo krijgt de man een gezicht, een identiteit.

Op de voorpagina van dezelfde krant trouwens: gestorven kinderen, jonger dan twee, in kampen. Ik heb het daar moeilijk mee. Ik heb daar overigens ook een mening over, maar ik heb het daar dus vooral moeilijk mee.

Ik kan mij niet voorstellen wat het is geen keuze te hebben. Ik ben nu al helemaal van slag en de maalstroom van het leven heeft mij tot nu toe nog geen al te gekke omstandigheden in de schoot geworpen. Datgene waar ik nu tegenop zie, is volgende week gewoon achter de rug. Misschien beleef ik er zelfs nog plezier aan ook. Diezelfde grijze lucht die mij nu gewoon een beetje bedrukt, mept anderen genadeloos van hun sokken.

Het liep trouwens ook niet zo goed af met de samoerai. Opgesloten in de droom van pater Pedro Velasco en de verborgen agenda van zijn vaderland Japan, heeft hij eigenlijk geen keuze. Noodlot of christelijke bestemming? Het maakt bitter weinig uit als je een eenvoudig dorpshoofd bent en op een absurde missie wordt gestuurd.


Daar wordt een mens niet vrolijk van natuurlijk, maar wel wat blijer met zijn eigen lot.

Blauw en groen

Elk jaar gebeurt het wel een paar keer. Gefluister in de rij. Gevolgd door een paar minuten ongemakkelijk gestaar. Pogingen om in mijn ogen te kijken zonder dat het opvalt. Waarna die pogingen gestaakt worden en ze voor mijn neus komen staan: “kijk eens, mevrouw?”. Dan volgen er meestal nog een paar kreten, een rondje ‘ga met z’n allen rond de leerkracht staan’ en dan zitten we weer goed voor een paar weken. Of maanden, als ik geluk heb.

Volwassenen kunnen er overigens ook wat van, al doen zij dit gelukkig meestal niet collectief. Meer dan eens is het voorgevallen dat een collega of een vriendin, middenin een gesprek abrupt stopt omdat ‘ie in m’n ogen keek: “hé, je hebt twee verschillend gekleurde ogen!”. Sommigen zien het meteen, anderen doen er jaren over. Maar allemaal willen ze weten hoe dat kan.

Meestal haal ik de schouders op, of vertel ik vrolijk dat ik één oog van mijn moeder heb en het andere van mijn vader (wat overigens echt zo is). Ik heb het ooit eens opgezocht, maar behalve een paar aandoeningen die ik niet heb, vond ik niets. Blijkbaar komt het helemaal niet zo vaak voor als ik dacht. Mila Kunis had een ziekte aan haar oog. Die ene pupil van David Bowie reageerde niet op licht, zodat het leek alsof hij twee verschillend gekleurde ogen had.
Ik? Niks. Heterochromie in zijn puurste vorm. Zonder aanwijsbare reden. Toeval.

Heb je er al eens op gelet hoe onbevredigend ‘toeval’ is als antwoord? Hoeveel blijer en tevredener mensen zijn met een mooi verhaal, zelfs als en misschien zelfs juist als dat verhaal minstens even veel open laat als dat het antwoorden biedt? Wel, sinds deze zomer heb ik mijn antwoord klaar.

Toen Daria aan Stasia vroeg waarom ze twee verschillend gekleurde ogen had, gaf Stasia het volgende antwoord: ‘Dat komt doordat er twee dieren in je huizen, liefje: een husky, een sledehond met priemende blauwe ogen, waar je je blauwe oog van hebt, en een egel, klein, schichtig en stekelig waar je het bruine oog van hebt. De husky is het deel in je dat er altijd op uit wil, onverstoorbaar zijn weg gaat, en de egel is het deel dat rust en geborgenheid, zekerheid en veel liefde nodig heeft, dat bang is voor de wijde wereld van de husky en zich daarom wil terugtrekken.’ Daria hield haar hele leven aan dat verhaal vast als iemand haar verbaasd en vol bewondering over haar ogen aansprak.

– Nino Haratischwili, Het achtste leven (voor Brilka)

Geweldig boek overigens. Toegegeven, je moet er even voor gaan zitten (1295 bladzijden!) maar dan héb je ook wat. Familiekroniek tegen de achtergrond van de op- en neergang van de Sovjet-Unie. Adembenemend.


Alleen: mijn andere oog is eerder groen. Dus als iemand een suggestie heeft om de egel te vervangen…