Over de wereld op jonge schouders en een Glazen Troon

playmobil mannetjes dragen boek

Je zult maar 18 zijn en een personage van Sarah J. Maas in de Glazen Troon serie. Eigenlijk ben je dan al getekend voor het leven, want de kans dat je je kan bogen op een gelukkige jeugd is eerder klein. Tenzij je al zo’n paar honderd jaar oud bent (ook al zie je er niet zo uit) – dan is die jeugd van je een relatief begrip en heb je vanzelf al genoeg andere ellende en lastige keuzes of situaties achter de rug.

Goddank is er hoop: wellicht kom je terecht in de entourage van de persoon die het lot van de wereld op haar schouders draagt. Misschien is eerst nog niet zo duidelijk tegen wie ze die wereld juist beschermt, want achter elke slechterik blijkt een nog grotere slechterik te schuilen – zeven delen lang. Dat is een hoop slechtheid op het einde van de rit. Gelukkig is er dan nog de liefde: ze zwalpt een beetje, er mag wat worden uitgeprobeerd maar uiteindelijk komt iedereen netjes terecht bij degene voor wie hij of zij altijd al bedoeld was. Het hele spel van aantrekken en afstoten en scènes met eindeloze climaxen krijg je er gratis bij.

Maar hé, die wereld moet wel gered. Goden en godinnen schieten je te hulp, werken je tegen of verdwijnen gewoon van het toneel. Het zou zomaar kunnen dat je gezegend bent met magische krachten of onverwacht af blijkt te stammen van een uiterst interessante en belangrijke bloedlijn. En heb je de pech om tot de laatste boeken te moeten wachten vooraleer je dat ontdekt, maak je dan vooral niet ongerust: je medepersonages maken dat meer dan goed. Ze zijn geduchte strijders, gehaaide intriganten, kunnen van gedaante verwisselen of zo goed als elke ziekte genezen. Het risico dat je in één van de vele gevechten of oorlogen aan je eind komt is niet onbestaande, maar blijf dicht genoeg bij hen in de buurt en je overlevingskansen stijgen aanzienlijk.

Het is wel nogal een gedoe om op het juiste moment op de juiste plek te zijn, maar het mag wel een beetje spannend blijven. Heb vertrouwen dat, wanneer het er echt toe doet, dat ook wel lukt. Ook al is het op de valreep en is intussen het halve decor gesneuveld. Die glorieuze eindstrijd mag je niet missen. Hopelijk met je partner aan je zijde (opnieuw: dat heeft te maken met de statistische waarschijnlijkheid van overleven). Wellicht heb je dan meteen ook een koninkrijk, keizerrijk of hele wereld om over te regeren. Volk genoeg voor je twintigste verjaardagsfeestje (of was het je vierhonderddrieëndertigste?)

Alle gekheid op een stokje: ik heb genoten van de Glazen Troon. Van alle zeven delen. Het tempo is meestal wervelend en meeslepend, de personages talrijk en goed uitgewerkt, en de clichés allemaal aanwezig en soms is dat gewoon fijn. Alleen dat laatste boek was een beetje… meh. Aan alle mooie liedjes komt natuurlijk een eind en een eindstrijd is natuurlijk een eindstrijd omdat het daarna gedaan is, maar toch. Het was het deel waarin ik het meest voelde dat alle personages toch wel erg jong waren. Alsof het leven stopt na je vierentwintigste of zo, en je bij dertig al hoogbejaard bent. Is dat erg of zelfs al te storend? Nee, uiteindelijk raak je zo goed in een verhaal dat je er wel overheen leest, en het past ook nog steeds bij hoe ik mezelf voorstel – alleen strookt die leeftijd al lang niet meer met de realiteit en dat laat de spiegel heus ook wel zien. Maar het versterkt wel het sfeertje dat er op het einde hing en dat doet een beetje onrecht aan de complexe intriges van de serie.

Ik heb daar nog wat extra uitleg over maar pas op: spoiler alert Kijk, er wordt gestorven in de reeks. Ook op het einde. Wonder boven wonder echter blijven alle koppeltjes gespaard. Niemand verliest zijn of haar partner. Er is verdriet om vrienden en familie, maar na het al redelijk onwaarschijnlijke feit dat iedereen een wederhelft vindt of voor zich kan winnen, overleven ze ook allemaal als duo het laatste boek, en zijn ze helemaal klaar om verder te gaan met hun leven. Heel bevredigend natuurlijk en ik wens niemand van de personages het verlies van een partner toe, maar ook… een beetje goedkoop. Het gaf zo’n “eind goed, al goed, de show is weer gedaan” gevoel – en Piet Piraat is nu niet meteen een referentie voor een uitgebreide fantasy serie.

Over in de rij staan en in het nu leven.

Net voor de (verlengde) herfstvakantie begon en het duidelijk werd dat onze bewegingen weer wat ingeperkt zouden worden, doken ze weer overal op: de beelden van mensen die in lange rijen aan stonden te schuiven voor pakweg de Ikea. Voor wie zelf niet in die rij stond, was het de perfecte gelegenheid om meewarig het hoofd te schudden. Wat dachten die mensen nou?

Voor alle duidelijkheid: ik stond niet in die rij. De volgende dag overigens had mijn man een kleine gelijkaardige ervaring toen hij aan zee ontdekte dat hij zijn ondergoed was vergeten – en dus naar de enige kleerwinkel in het dorpje tussen de last minute shoppers moest staan aanschuiven aan de kassa. Het was dat, of online bestellen en laten leveren, of een week met dezelfde onderbroek. Hij baalde wel, want de laatste plek waar hij had willen zijn, was in zo’n rij waarover meewarig het hoofd wordt geschud. Ik heb hem er dan ook nadrukkelijk mee uitgelachen. En ja, dat heb je goed gelezen: aan zee. We hadden de mogelijkheid om op te splitsen zodat zijn thuiswerk toch iéts productiever zou zijn dan thuis met twee kinderen-in-vakantie om hem heen. Wij gingen gewoon het weekend nadien even op bezoek.

Los van welk oordeel dan ook, kwam ik in het boek dat ik gisteravond eindelijk uitlas, een zinnetje tegen dat me die rijen toch wat anders deed bekijken.

Uit: Zwarte Kunst – tweede boek: Koningin in ballingschap, Cinda Williams Chima

Als morgen de winkel sluit, dan moeten we er nu nog van profiteren. Als vanavond onze laatste avond samen is, dan moeten we er werkelijk alles uithalen wat erin zit. Morgen kunnen we gisteren niet meer vasthouden. Dit moment komt nooit meer terug en we zijn niet zeker dat wat er nu is, er morgen ook nog zal zijn.

Ik vind het een moeilijke. Aan de ene kant lijkt het me een heel angstige manier om in het leven te staan, ook al klinkt ‘leven in het nu’ prachtig. Aan de andere kant is het zo normaal, zo menselijk. We hamsteren met z’n allen toiletpapier. Maar ook: we proberen nog zoveel mogelijk prachtige momenten samen te beleven wanneer we weten dat het afscheid nadert. Want dat onze handen misschien leeg zullen zijn, dat is even slikken en weer doorgaan. Gaten in ons hart, die kunnen we niet vullen. Alleen de randjes wat minder scherp maken, met herinneringen die we hebben verzameld, zoals eekhoorntjes dat doen met beukennootjes voor de winter.

Toen we gisteren naar huis reden en onderweg bij mijn ouders stopten – voor een garagepoortbezoekje na hen meer dan vier maanden niet gezien te hebben, beving me de gedachte dat dit wel een mager beukennootje was. Ik moet niet de enige geweest zijn. Na een halfuurtje praten, wuifden we flink gedag, zoals het hoort. Alleen de jongste, die rende de oprit terug af om de benen van mijn ouders te knuffelen.

Ik had het hart niet om haar terug te roepen.