Verzamelen

Dertien was ik. Of ten minste, dat zou ik worden, maar dertien was mijn favoriete getal en ook heel vaak mijn klasnummer en iedereen vond maar dat ik daar ongeluk mee had en dan mocht ik alle leuke dingen – dus ben ik in mijn hoofd zo lang mogelijk dertien geweest. Ik zat in het eerste middelbaar en we kregen een schrijver voor de klas. Nu ja, voor de drie klassen, want zo groot was mijn school niet en het moest wel een béétje de moeite zijn – dus gingen we meteen ook naar het prachtige auditorium dat eigenlijk voor de hogeschoolstudenten was maar heel soms trokken wij er ook heen. Zoals nu. Met onze leerkracht Nederlands, die een enorme bos blonde krullen had en zo vreselijk overtuigend kon blozen. Echt, die werd knalrood en dat stak dan zo fel af tegen haar lichte haar dat we er haar bijna niet mee plaagden, omdat het ergens ook wel sneu was.

Die middag bloosde ze bijna de hele tijd. Want de schrijver was best aantrekkelijk en volgens mij ongeveer van haar leeftijd, of maar een tikje ouder misschien. Er was iets met een glaasje water en dan een complimentje en even dacht ik dat de kleur nooit meer weg zou gaan, dat ze voor altijd rood zou blijven. Toen vergat ik haar.

Want de schrijver, dat was Bart Moeyaert. Het boek dat we hadden moeten lezen, Duet met valse noten, had al erg veel indruk op mij gemaakt maar toen hij er ook nog eens over kwam vertellen… ik wenste dat de middag nooit op zou houden. Wat kon die man vertellen. Later hebben alleen Stef Bos en Nico ter Linden me ooit nog dat gevoel gegeven. Dat ik ze mee wilde nemen naar huis en op mijn nachtkastje zetten. Dan zou ik mijn dag in hun hoofd gieten en ze zouden die aan mij terug vertellen en dan werd ‘ie vanzelf mooi of nog mooier of in het slechtste geval de dag van iemand anders en mooi om naar te luisteren.

De week voor hij de ALMA won, zag ik dat hij in mijn favoriete boekhandel kwam spreken. We hadden die avond oudercontact op school dus dat kwam prima uit, ik moest toch opvang regelen, kon ik net zo goed langer blijven. Uiteraard liep dat oudercontact behoorlijk uit en kwam ik bijna een half uur te laat, maar de allerliefste boekenwinkelmensen lieten me toch nog stilletjes binnen. Het was heerlijk. Toen ik achteraf met de poëziebundel Verzamel de liefde onder de arm aan stond te schuiven voor een handtekening, bedacht ik dat ik de man en zijn werk helemaal uit het oog verloren was. Dat ik daar absoluut verandering in moest brengen, omdat er werkelijk niets is wat ik van hem lees of hoor dat me niet raakt.

Bij deze:

Mijn literaire held en ik delen onze verjaardag. Hoe cool is dat!