Waarin ik de papieren zakken met afhaalboeken mis.

Deze blog tikte ik tijdens de vorige lockdown, toen werkelijk alles dicht was. Deze keer is de bib open, met de gewijzigde openingsuren die sinds juni in voege zijn, en er wordt gevraagd om indien mogelijk alleen te komen. Ik gebruik het nu als mini-uitje voor mezelf, maar eigenlijk vond ik het afhaalsysteem toch wel wat hebben.

Vol vertrouwen huppelde ze naast me op het voetpad. Ze knipperde niet eens met haar ogen toen ze van de stoeprand kukelde en haar been schaafde, zo blij was ze dat nog eens ergens mee heen mocht.

In een paar rode rekken langs de muur, stonden de papieren zakken klaar, gesorteerd op familienaam. Alsof we allemaal even zelf schrijvers waren. Zij en haar broer hadden samen één zak. Dat maakte me blij, gek genoeg, want het maakte het persoonlijker. Degene die de boeken in de zakken had gestopt, had gezien dat dit kinderen uit hetzelfde gezin waren. Intussen liep mijn dochter vol vertrouwen verder naar de deuren… die niet openden. De teleurstelling op dat gezichtje verscheurde weer maar eens mijn hart.

Zelf heb ik een haat-liefde verhouding met de plaatselijke bibliotheek. Misschien ben ik gewoon verwend, maar ik lijk er maar mijn draai niet te vinden. Nog niet zo heel lang geleden heeft de jeugdafdeling een make-over gekregen en die vind ik wel geslaagd, maar toch lukt het me maar niet om er echt te blijven hangen. De frustratie begint meestal al thuis: als de kinderen rond een thema werken, dan vind ik daar in de bib heel weinig van de titels die ik op mijn lijstje heb staan. Ook voor mezelf trouwens, heel dikwijls vind ik gewoon niet het boek dat ik in gedachten had omdat het niet in de collectie zit. Het lijkt erop dat ik een totaal andere smaak heb dan mijn stadsbewoners. Of misschien ben ik gewoon te krampachtig als het om lijstjes gaat.

Want struin ik langs de rekken, dan vind ik meestal wel iets wat me roept. Er zitten heus wel voldoende aanwinsten bij. Er is ruimte genoeg om tussen de rekken even te hurken en te bladeren. Dat moet ik dan wel doen zonder kinderen. Voor de oudste, die nu echt wel goed kan lezen, hoeft het allemaal niet meer zo, en de jongste die hobbelt liefst van alles gewoon rond en speelt verstoppertje tussen de rekken. Tot mijn spijt kan je de jeugdafdeling van twee kanten in en uit en één ervan ligt vlak naast de uitgang, dus eigenlijk kunnen ze in een oogwenk buiten zijn zonder dat iemand het ziet. Gelukkig blijft ze meestal wel binnen, mijn ondernemende dochter. Op zoek naar mij om dan weer heel snel weg te rennen. Boeken haalt ze gewoon uit de bakken en daar laat ze het dan ook bij. (Na een paar ervaringen in een schoenwinkel en recent dus eentje in de brillenwinkel, meen ik een patroon te ontwaren…)

Met de papieren zakken onder onze arm, wandelen we weer naar de auto. Het voelt toch als een cadeautje.