Waarin ik een ochtendmens ben.

Het is vijf uur. Net als bijna elke dag word mijn hoofd wakker, er komt geen wekker aan te pas. Een ochtendmens ben ik. Toch blijf ik liggen vandaag, met de stille hoop dat het andere vroege vogeltje in huis nog even verder slaapt. Ik heb geluk. Ze is al eens wakker geworden van een nachtmerrie een uur geleden en terug in slaap gevallen. Zelfs de vrachtwagen die voorbij dendert en die meestal de laatste slapers uit haar ogen haalt, heeft ze deze keer niet gehoord. Fijn. (En ook: wanneer de kogel eindelijk door de kerk is en we besluiten om dit huis te verbouwen, dan moeten we die kamer geluidsisolatie geven. En haar naar de achterkant van het huis verhuizen. Of zo. Of gewoon helemaal verhuizen – dat ligt ook nog altijd op tafel.)

Eigenlijk moet ik naar het toilet, maar ik probeer wat te lezen. Als ik nu naar beneden sluip, heeft ze me zeker gehoord. Ik hou zo van dit moment, dit alleen zijn met mezelf, wanneer iedereen slaapt. Nu komen al die ideeën en plannen, nu springen de to do lijstjes vanzelf in het gelid, voel ik de energie en de goesting om de dag eens flink aan te pakken. Mentaal worden bergen was gedaan, de lekkerste lunches bereid, koekjes gebakken en brieven geschreven. Van onder mijn heerlijke donsdeken (maakt het uit dat er geen dons in zit? Ik kan niet tegen dons. Ik moet er vreselijk van niezen. B&B’s of hotels die uitpakken met echte veren kussens? Ik moet altijd iets synthethisch gaan vragen en dump hun trots in de kast of op de gang. Ik kan gewoon niet in dezelfde kamer zijn als veren.) glipt de dag netjes in kannen en kruiken.

Op schooldagen glij ik wél naar beneden. Alles kraakt hier, in ons huisje dat ooit een schuur was en waar de vloer van de bovenverdieping bestaat uit platen die op de zoldering zijn getimmerd. Met goedkoop laminaat daarbovenop. Bij de kinderkamers hebben we verbeteringen aangebracht. Misschien niet zo slim – zij maken je toch wel wakker. Omgekeerd moet je niet willen. Meestal lukt het me redelijk en is het uur nét goed: de jongste slaapt nog vast genoeg om zich niet bewust te zijn van de lawaaierige traptreden. Ze maken allemaal geluid trouwens, ik kan nergens omheen. Dan heb ik beneden nog een half uurtje gewijde stilte. Kan ik me rustig klaarmaken in de badkamer. Of nog een uurtje verbeterwerk doen. Dat gaat een pak beter ’s morgens, wanneer ik niet na elke drie zinnen wegdommel. Of, op dagen dat het kan, nog een paar bladzijden lezen vooraleer de dag echt begint. Heerlijk.

Ik wou dat ik van een ritueel kon spreken. Boeken vol worden er geschreven over ‘morning rituals’ en ‘sta een half uurtje vroeger op’. Klinkt heerlijk, maar ofwel hebben ze geen kinderen, ofwel wonen ze in een geluidsdichte bunker, ofwel, nog erger, hebben ze wél kinderen maar slapen die allemaal lekker lang. (Ik hou van comments, maar misschien moet je het me maar niet laten weten als je tot die laatste categorie behoort. Of toch wel. Ik hou écht van comments.) Het enige échte ritueel dat hier overeind blijft is het verhaaltje voor het slapengaan. Met een heel gesprekje rond. Soms blijf ik dan wat bij hen liggen, en dan val ik geheid eerder in slaap dan het kind naast wie ik lig. Moet ik mezelf weer dat warme bed uit slepen zodra ik dat ontdek. Liefst nog stil ook. Om dan in de zetel te gaan zitten. Daar ook weer in slaap te vallen. Mezelf uit die zetel te slepen wanneer mijn man ook gaat slapen. Om dan nét te wakker te zijn om in mijn bed wéér in slaap te vallen en dus dan maar even in een boek te lezen. Wat mijn man dan weer totaal niet snapt, de stakkerd.

Ik vind het heerlijk om een ochtendmens te zijn. Niet dertig keer op snooze te duwen, maar dadelijk dat bed uit. (Serieus: wie wordt daar nu gelukkig van, van snoozen? Dat is toch gemaakt om iemand stikchagrijnig te krijgen voor de rest van de dag?) Helaas vindt mijn dochter dat ook heerlijk. En is het niet de gewijde stilte van een nieuwe dag, in alle rust te beginnen, die haar lokt.

Mamaaaaaaaaa?! Mijn konijntje is nog niet wakker, maar ik al wel!

Halfzes.


Oh, en ik doe mee aan de BlogBoost Najaarschallenge . Ik ben waarschijnlijk al niet meer helemaal op tijd met de thema’s en zo, maar het blijft plezierig.)

Waarin ik een dagje vrij heb en dat helemaal gevuld krijg.

vliegenzwam herfst vrije dag

Een vrije dag vandaag. Een echte, zomaar tussendoor. Het voelt als een cadeautje. In mijn hoofd had ik een hele lijst met dingen die ik wou/zou doen. Een beetje bijwerken voor school. Vooruit koken voor deze week. Uitgebreid badderen. Lezen. Podcasts luisteren. Je hoort het al: idioot veel voor één simpel dagje.

Ik liet me er echter niet door doen. Deze morgen heb ik flink gewerkt. Mailtjes uitgestuurd in de hoop wat achterstallige taken binnen te krijgen. Feedback getypt. Ik probeerde goed door te werken, dan mocht ik als beloning wat lezen. En iets boekigs luisteren terwijl ik het eten kookte. Soms lukt het me heus wel om mezelf te motiveren. Dus nu staat de broccoli-pastinaakpuree te pruttelen en heb ik de eerste aflevering van Gebladerte beluisterd (dankjewel Fieke!). Het was een goeie. Dat merk ik omdat er mieren in mijn vingers zitten en mijn tenen lijken te kriebelen. In mijn hoofd buitelen allerlei gedachten over elkaar, aan elkaar gerijmd door één refrein: wil-ik-ook.

Arnout Hauben vind ik al langer dan vandaag ontwapenend, aandoenlijk en boeiend. Maar een aantal weken geleden heb ik met mijn man samen de reeks bekeken waarin hij dwars door België stapt. Het was één van de weinige televisiemomenten die er niet mee eindigden dat ik lag te snurken in de zetel. Een feest van herkenning, een feest van nieuwsgierigheid ook. Heel veel plaatsen binnen handbereik waar ik ook wel eens zou willen kijken. En wat hardop fantaseren met mijn man om ooit eens het GR pad langs de kust in Bretagne af te wandelen.

En dan de boeken die hij noemde – Kapitein Corelli’s mandoline heb ik ooit gelezen dankzij mijn vader, die er weg van was. Volgens mij vond ik het ook erg goed, maar er is niet zo veel van blijven hangen. Misschien was ik ook een tikje te jong (eigenlijk denk ik dat nu van veel boeken die ik in het middelbaar gelezen heb). Mocht ik niet net een gigantische stapel van de bib mee naar huis gezeuld hebben, zou ik me aan herlezen wagen. En toen ging het plots over boeken die doen lachen. Kwam diezelfde titel weer maar eens ter sprake – en plots herinner ik me dat mijn vader de stukken waarin hij zich in van dat Oud-Grieks verstaanbaar probeert te maken hilarisch vond. En nu wil ik natuurlijk weten hoe dat ook alweer zat. En is mijn leeslijst alweer wat langer, want ik wil Maus, waar het verder nog over ging, ook wel eens lezen.

En dan dat stukje waarin Hauben het heeft over ontmoetingen en verhalen die nog dagenlang onder je vel blijven zitten, ook al is het na zo’n tocht eerst heel wazig en lijkt alles door elkaar en in een gigantische soep en gaat je gewone leven plots door – tot je je dan aan het schrijven zet, orde schept in de chaos en hoe je plots ook je eigen perspectief kan toevoegen, heel voorzichtig. Ik kan het me zo goed voorstellen. Dus hup – daar gaat Hauben ook als auteur op mijn mentaal lijstje “verder te ontdekken”.

Je zou moe worden van zo’n dagje vrij.

(Niet dus hé – ik voel me mega geïnspireerd en heb zin in vanalles en nog wat. Over een maand is het herfstvakantie. Hou je vast!)

(Oh, en ik doe mee aan een blog challenge en al. Geen idee meer waar ik BlogBoost Najaarschallenge voor het eerst tegenkwam, maar ik was nog op tijd, ik had er wel zin in, en de helft van de bloggers die ik graag lees blijken al door hen geïnterviewd te zijn.)