Kleine jongens worden groot

Nog heel even kijkt hij naar de volgende bladzijden. Hoe lang is het hoofdstuk nog? Dan legt hij met een zucht het boek weg. Drie blokjes tekst nog, dat is een beetje te lang. Hij is moe, al zal hij dat nooit toegeven. Net heeft hij heel geconcentreerd zitten hakken en plakken. Je glimlacht. Het is je opgevallen dat er intussen best al een flink aantal woorden zijn die hij niet meer hoeft te hakken. Omdat hij de eerste letter net lang genoeg kan aanhouden om de rest er vloeiend uit te gooien. Of omdat hij het woord inmiddels vaak genoeg gezien heeft. De zinnetjes krijgen eindelijk ook betekenis. Hij onthoudt wat hij drie woorden geleden gezegd heeft. Hij is zelf ook trots. Je mag niet meer mee kijken (al doe je dat af en toe stiekem wel, vanonder je wimpers, of wanneer hij een volgende bladzijde begint). Hij leest je voor. Heel zelden vraagt hij je een beetje hulp. Of verbeter je hem als hij de ee en de aa door elkaar haalt. Bladwijzer ertussen. Boek dicht. Nu ben jij aan de beurt.

Of niet. Met pijn in het hart stelde ik de laatste maanden vast dat hij helemaal niet meer zo gebrand was op voorlezen. Er zijn maar weinig boeken die we helemaal hebben uitgelezen samen. En dan vaak nog alleen omdat het van mij moest. Nu hij zelf kan lezen, lukt het helemaal niet meer. Hij gluurt over mijn schouder mee en prevelt willekeurig woorden die er voor hem doenbaar uit zien. Ook al staan ze niet achter elkaar in een zin. Samen zinnen ontcijferen gaat nog veel te traag en er staan nog te veel obstakels in de weg. Open lettergrepen, samengestelde letters, sommige tweeklanken en woorden die nu eenmaal niet fonetisch worden uitgesproken. Ik leg hem uit waarom dit hem nog niet lukt. Dat we boeken aan het lezen zijn voor iets oudere kinderen. Die verhalen zijn leuk en spannend, maar gaan nog wat moeilijk om zelf te lezen. Omdat het te traag gaat om het verhaal te kunnen volgen.

Het werkt niet. Hij is zijn interesse kwijt. Al weken probeer ik hem bij het verhaal te houden, welk verhaal dan ook, maar hij gaat in zijn hoofd sommen maken of rijmwoorden zoeken. Ik besef dat ik het zal moeten laten gaan. Geen voorleesmomentje meer voor mij. Gelukkig vindt hij het vooralsnog niet erg om mij wat voor te lezen. Toch weet ik dat ook dat gauw zal veranderen. Als hij het hardop lezen niet meer nodig heeft om zelfzekerder te zijn. Als het sneller gaat in zijn hoofd dan hardop.

Kleine jongens worden groot. Ze zoeken zelf hun plekje in de wereld. En voor kleine jongens die leren lezen, komen daar opeens een heleboel werelden bij. Net als in de echte wereld staan ze niet te springen om het handje van mama. Trots kijk ik toe vanop het supportersbankje. Maar een beetje treurig ben ik wel.

Literaire weemoed, het bestaat.