Waarin ik de nostalgische toer opga.

Ik rommelde op zolder in een wanhopige poging die wat leger te maken: met twee kleine neefjes zijn er wel een aantal stuks speelgoed die een fijne tweede thuis zullen vinden. Alleen met boeken heb ik het moeilijk. (Ha, kwam dat even als een verrassing, niet?) Inmiddels kan ik bij mijn eigen boeken wel redelijk goed onderscheid maken tussen wat ik de moeite vind om in mijn kast te laten staan of wat ik wil doorgeven, maar prentenboeken zijn een eeuwige zwakte. Niet alleen van mij trouwens, wanneer ik de uitgebreide boekenkast van mijn ouders zie (waarvan nochtans een flink deel bij mij, mijn zus of mijn broers is beland).

Dat Berenjacht het huis nooit meer verlaat, dat staat vast. Ook Mama Kwijt heeft heel vaak op repeat gestaan. Max en het Speentje was bij onze tutjesfans zo’n hit, dat ik het van de bib heb overgekocht omdat het nergens anders te vinden was. Twee ‘zoekboeken’, van die prachtige exemplaren waar je uren naar de plaatjes kan kijken, zijn inmiddels ook beduimeld genoeg om tot onze literaire geschiedenis te behoren.

Andere boeken zouden zomaar weg kunnen, maar dat vind ik een lastige. Er zijn immers prentenboeken waar ik heel warm aan terugdenk en die nergens meer te vinden zijn, ook al had ik ze heel graag aan mijn kinderen voorgelezen. Boeken die we ooit van de bib haalden, verschillende keren na mekaar, en eindeloos (voor)lazen. Zodra ik oud genoeg was om alleen met de bus te gaan, sleepte ik twintig boeken mee naar huis. Toen mochten er nog maar vijf materialen op je kaart staan, en we hadden alle vier een kaart. Ik werd dus semi-professioneel ‘boekenzoeker’.

Zo ontdekte ik Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft. Uitwerpselen doen het altijd goed bij kleine kinderen – dat was bij mijn broertjes niet anders. Werkte trouwens nog steeds prima bij mijn vader ook, en het is een héérlijk boek om voor te lezen. Al die dierenstemmetjes, de klanknabootsing en die fantastische pointe die aan kinderen misschien wat voorbijgaat, maar die je als volwassene zo’n lekker gevoel van voldoening geeft. Gelukkig waren we niet de enige fans, en is het boek nog steeds vlot verkrijgbaar (de allereerste uitgave, in het Duits, dateert al van 1989!!). Het is lang mijn standaard geboortecadeautje geweest, tot mijn zus het niet meer kon aanzien en het mij zelf ook cadeau heeft gedaan. Tot grote tevredenheid van de kroost hier.

Helaas is dat niet het geval voor Jam, door Margaret Mahy. In het Engels wel nog te vinden, maar een Nederlands exemplaar ben ik, ondanks uitgebreid speurwerk, niet meer tegengekomen. Het is nochtans een fantastisch boek – over een huisvader (de mama is astronaut!) die ontdekt dat de gigantische boom in zijn tuin heel lekkere pruimen geeft en dus aan het confituur maken slaat. Het hele gezin enthousiast – en omdat er héél veel pruimen zijn, is er ook héél veel confituur. Kilo’s. Tonnen. Tot elk recipiënt in huis gevuld is met confituur en en pruimenjam een onderdeel wordt van elke maaltijd. Terwijl ze zich gestaag een weg eten door de enorme voorraad potten en bokalen, met steeds langere tanden, zie je kleren te krap worden, want erg gezond is het natuurlijk niet. Ze krijgen nachtmerries waarin jam de hoofdrol speelt. Wanneer de laatste lepel eindelijk binnen is, slaan ze aan het fantaseren over alle heerlijke maaltijden die ze nu kunnen eten – confituurloos. En dan horen ze plots een ‘plok’ op het dak – een jaar is verstreken…
De circulaire opbouw, de geweldige tekeningen, de hilarische situaties, de vanzelfsprekendheid waarmee de geldende standaarden en rolpatronen doorbroken worden – ik zou het boek zelf zo graag voorlezen aan mijn kinderen! Misschien schaf ik me uiteindelijk toch nog een Engels exemplaar aan.

Maar dan komt het dus niet goed met die zolder hier…

Wat zijn jullie favoriete prentenboeken van vroeger?

Voor boeken die nog verkrijgbaar zijn, heb ik een linkje geplaatst naar de site van mijn favoriete boekhandel, Salvator in Mechelen, uitgebaat door de meest fantastische madammen met kennis van zaken en die een geweldige service leveren. De boldotcommen van deze wereld kunnen dan misschien wel heel snel leveren, maar bij hen moet ik vaak amper langer wachten en boeken, dat wordt niet slecht. Bovendien zijn ze een pak charmanter!