Waarin ik ontdek dat ‘wat als’ boeken een genre zijn en dat dat zelfs een naam heeft.

Sinds begin september begeef ik mij naar school op een batterij-ondersteund stalen ros. Zo goed als elke dag eigenlijk. Het heeft ’s ochtends nog nooit hard genoeg gegoten om me van dat plan af te doen zien. (Laten we hier maar hout vasthouden). Met een paar reserveschoenen en een prima regenpak kom je een heel eind. Ah, en een ouderwetse spuuglelijke pet met grote klep, die je onder de kap verstopt. Regen in je ogen is gewoon stom. De hoeveelheid podcasts die ik erdoor jaag is enorm op die manier. Al goed dat ik niets op kan schrijven wanneer ik aan het fietsen ben of de mentale lijst van boeken die ik misschien wel graag wil lezen zou ontmoedigende proporties aannemen.

In één van mijn favorieten (behalve dat het heerlijk luistervoer is, heeft ‘ie ook precies de juiste lengte voor een enkele rit), kwam iemand aan het woord die fan is van ‘wat als’ boeken. Er volgde nog een hele uitleg, maar die had ik eigenlijk niet nodig, want ik begreep meteen haar fascinatie. Ik zoek ze misschien niet expliciet op, maar na zo’n ‘wat als’ boek, denk ik bijna altijd: wat knap gevonden! Het zijn boeken die tot de verbeelding spreken. Misschien wel omdat het startpunt een vraag is die ik mezelf dagelijks wel eens stel – zonder daarom het hele scenario uit te werken. Wanneer je eraan denkt op hoeveel momenten je een keuze kan maken waardoor je dag een wending neemt die net zo goed een andere had kunnen zijn. Wie weet zijn enkele van die wendingen wel ontzettend bepalend voor het verdere verloop van je leven, of zelfs van de wereldgeschiedenis (een mens mag het al eens groots zien).

Dat zeg ik natuurlijk niet zomaar, want het boek waar ik onmiddellijk aan moest denken was La part de l’autre van Eric-Emmanuel Schmitt. In het Nederlands werd die roman vertaald als Adolf H. Twee levens.
(ik begrijp dat de Franse titel hier bijna onmogelijk te vertalen zou zijn, maar het is toch een beetje blah).
Het uitgangspunt is de vraag: wat als Hitler in 1908 wél toegelaten was aan de kunstacademie van Wenen? Schmitt experimenteert met die alternatieve toekomst door een soort parallel circuit op te zetten in zijn roman: het ene hoofdstuk gaat over het ene scenario, het volgende over het andere, en zo door tot het einde. Hoe het afliep met Hitler en WOII, daar leven we mee. In het andere is er geen WOII en zet Duitsland de eerste man op de maan.

Blijkbaar is dat dus een genre apart: uchronie of alternatieve geschiedschrijving. (Niet te vergelijken met de bij sommigen zo populaire alternative facts. Of met meningen waarin sheeple voorkomen.) Experimenteren met het besef dat het zomaar anders had kunnen zijn. Doelbewust fictief en nergens met de pretentie lijken uit de kast te rukken. Ik vind dat dus geweldig boeiend. Al van toen ik klein was: op mijn dertiende plukte ik uit het rek in de bib nogal willekeurig Vaselientjes kleuterpraat, geïntrigeerd door een zinnetje op de achterflap. “Er gebeuren veel dingen in een leven, maar je hebt er geen idee van hoeveel dingen er bijna gebeuren.” Eigenlijk vreemd dat dat boek bij de jeugdboeken stond, want het is het fictieve dagboek van een vierjarige, duidelijk geschreven door een vader met ervaring (Eli Asser), uitgegeven in 1953. Het is me wel altijd bijgebleven en nu ik zelf kinderen heb, zou ik het eigenlijk graag nog eens herlezen. (Maar echt. Ook al zeg ik dat van veel boeken zonder het ooit te doen, dit zou ik écht herlezen.) Niet echt een “wat als” boek, maar toch…

We staan al zoveel stil bij de dingen die gebeuren. Misschien kunnen we net zo goed af en toe dankbaar zijn voor de dingen die niét gebeuren?

(Oh, en voor wie, net als ik, zin heeft om zich in uchronie te verdiepen: hier staat een lijstje – volgens mij is er best veel van vertaald intussen).

(Oh en ook nog: ik heb me gek gezocht naar de aflevering waarin er werd gesproken over what if boeken, maar ik vond het juist fragment niet. Wel denk ik te weten dat het over het boek Rodham ging, van Curtis Sittenfeld, waarin ze onderzoekt hoe de wereld eruit zou zien als Hillary Bill Clinton had afgewezen. Ook wel een leuke voor de lijst, denk ik.)

(Oh en nog een laatste: hebben jullie nog tips?)